Geschiedenis :
In de loop van bijna 2000 jaar zijn in Cahors
talrijke talrijke herinneringen aan de geschiedenis
en cultuur bewaard gebleven.
In de gallo-romaanse periode was Cahors, wat toen
Divona heette, een belangrijk centrum van handel
en cultuur op de kruising van talrijke romeinse wegen.
Vele bouwwerken getuigen nog van die periode (romeinse
brug, ruïne van het romeinse theater, het aquaduct,
de thermen…).
Van de IVe tot de XIIde eeuw zou Cahors herhaaldelijk
overspoeld worden door invasies van barbaren (Vandalen,
Westgothen, Saracenen, Noormannen, Engelsen).
Vanaf de XIIe eeuw beleefde Cahors een bloei die
te danken was aan de handel en de komst van talrijke
Lombardijse bankiers, die van de stad een van de
belangrijkste financiële plaatsen van de christelijke
wereld maakten.
In 1308 werd begonnen met de bouw van de beroemde
Pont Valentré. Deze brug komt tegenwoordig
voor op de lijst van werelderfgoederen van de UNESCO.
Hij kwam pas gereed in de tweede helft van de XIVe
eeuw.
In 1314 werd Jacques Duèze, geboren in Cahors,
gekozen tot paus onder de naam Johannes XXII. Naast
het stichten van een Kartuizer klooster en de invoering
van Cahors-wijn in Avignon, was Johannes XXII de
grondlegger van de Universiteit. Deze kon spoedig
wedijveren met die van Toulouse en maakte van Cahors
een intellectueel centrum.
Na de Honderdjarige Oorlog – hiervan zijn
vandaag nog steeds enkele militaire bouwwerken zichtbaar,
bracht de Renaissance Cahors vernieuwing en verfraaiing
op zowel het gebied van de kunst (Clément
Marot, Olivier de Magny, Hugues Salel, Fenelo) als
architectuur (de kruisgang van de kathedraal), de
ondergang en sluiting van de universiteit in 1751
ten spijt.
In de XIXe eeuw kwam de uitbreiding van Cahors buiten
de stadsmuren, de aanleg van grote wegen evenals
de bouw van openbare gebouwen (gerechtsgebouw, stadhuis,
theater, bibliotheek, station) tot stand.
Vandaag blijft Cahors, zonder de geschiedenis tekort
te doen, een belangrijk knooppunt (vliegveld, snelweg
A20, spoorlijn van de SNCF).
Bron
: Cahors, Une jeune ville de 2000 ans door Alexandre
Marciel
De weg naar Compostella :
Gelegen op het tracé van
de Via Podiensis (le Puy en Velay – Ronceyeaux)
tussen de abdijen van Conques, Cordes en Moissac. Niet
ver van Rocamadour was en blijft Cahors een belangrijke
halteplaats op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. In
de stadsarchieven kan men vinden dat vanaf 1087 er
al ziekenhuizen, herbergen, kwartieren en kerken
bestonden, bedoeld om de pelgrims onderdak te bieden.
|